Actueel
Wanneer wordt informeren beïnvloeden? De communicatieles achter de Ozempic-discussie

Wanneer wordt informeren eigenlijk beïnvloeden? Een ogenschijnlijk simpele vraag, maar wel een vraag die de Nederlandse mediasector momenteel bezighoudt.
Eind augustus kregen verschillende kranten, waaronder NRC, de Volkskrant, het AD en De Telegraaf, boetes opgelegd wegens hun berichtgeving over Ozempic, Wegovy en Mounjaro. Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) was sprake van publieksreclame voor receptgeneesmiddelen. De betrokken hoofdredacteuren reageerden verontwaardigd en zien de boetes als een vorm van censuur.
De kern van de discussie zit hem in de vraag hoe we communicatie beoordelen: gaat het om de intentie van de boodschapper of het effect van de boodschap.
Vanuit journalistiek perspectief ligt de nadruk op intentie. Het doel van een journalist is immers om te informeren en maatschappelijke ontwikkelingen te duiden. Daarbij worden vaak details beschreven om volledige informatievoorziening te bevorderen en persoonlijke verhalen gebruikt om een onderwerp invoelbaar en relevant te maken. Dat een artikel positieve ervaringen met een geneesmiddel beschrijft, betekent in de ogen van journalisten niet automatisch dat het gebruik van het betreffende geneesmiddel stimuleert. Vanuit die redenering staat een mogelijk effect op lezers los van de journalistieke intentie.
Voor de IGJ ligt de focus juist op dat effect. De inspectie stelt dat berichtgeving over off-label gebruik van receptgeneesmiddelen mensen kan beïnvloeden, ongeacht de bedoeling van de journalist. Vanuit het perspectief van volksgezondheid is het daarom begrijpelijk dat toezichthouders kritisch kijken naar uitingen die de vraag naar receptgeneesmiddelen kunnen vergroten. Echter, de opgelegde boetes door de IGJ kunnen volgens de hoofdredacteuren een chilling effect op de journalistiek hebben waardoor redacties gevoelige of maatschappelijk relevante onderwerpen mogelijk minder uitgebreid behandelen uit vrees voor toezicht of sancties. Het gevolg hiervan is dat het publiek op hun beurt wordt geraakt in zijn informatievoorziening.
We zien hier een duidelijk spanningsveld tussen journalistieke vrijheid en toezicht. Dit stelt ons voor een dilemma: te weinig toezicht kan leiden tot onbedoeld wervende berichtgeving, terwijl te streng toezicht juist de journalistiek en informatievoorziening kan afremmen.
De discussie rondom de Ozempic-boetes laat zien dat communicatie zelden alleen wordt beoordeeld op wat de afzender bedoelt. Ook de mogelijke impact op doelgroepen, het maatschappelijk belang van de boodschap en de context waarin deze wordt ontvangen spelen een rol. Juist daarin ligt een belangrijke les voor communicatieprofessionals. Effectieve communicatie vraagt daarom niet alleen om een heldere boodschap, maar ook om inzicht in hoe die boodschap wordt ontvangen. Juist het vermogen om beide perspectieven mee te wegen onderscheidt goede communicatie van effectieve communicatie.

